1. De stukadoorsbuik
Onder stukadoors gaat het grapje rond dat ze last hebben van een stukadoorsbuik. Dat komt niet doordat ze niet fit zijn. Het komt doordat je in dit vak vaak in rare houdingen werkt: boven je hoofd, of juist laag bij de grond. Je spieren moeten flink aan de bak, maar van een afstandje ziet het eruit alsof iemand met een bolle buik staat te werken. Wie een dag plafonds heeft gestuukt, weet precies welke spieren hij de volgende ochtend terugvindt.
2. De mythe van de dikke laag
Er bestaat een oude grap dat een stukadoor die zijn werk niet goed doet, er gewoon een extra dikke laag overheen smeert om het te verdoezelen. In werkelijkheid is stukadoren juist precisiewerk waar zoiets nooit lukt. Een dikkere laag maakt een muur niet vlakker, hij maakt hem alleen langzamer droog en gevoeliger voor scheuren. Bovendien zie je het meteen terug zodra het licht er van opzij op valt. Toch kunnen de meeste stukadoors deze mythe zelf wel waarderen.
3. Humor is verplicht
De omstandigheden op een bouwplaats zijn niet altijd comfortabel. Koud, stoffig, en zelden een plek om even rustig te zitten. Stukadoors staan erom bekend dat ze de sfeer op de werkvloer luchtig houden met grappen. Een klassieker: als je klaar bent met stuken, moet de muur zo glad zijn dat er geen mug meer op kan blijven zitten. Overdreven natuurlijk, maar het geeft wel aan waar de lat ligt.
4. Een onmisbaar vak, al sinds de oudheid
Stukadoors bestaan al duizenden jaren. In het oude Egypte maakten ze al prachtige, gladde muren voor de piramides. Er wordt weleens gegrapt dat als de farao's geen goede stukadoors hadden gehad, de piramides allang uit elkaar waren gevallen. En dat Cleopatra zonder stukadoors ook niet aan zo'n strak gezicht was gekomen. Het zegt wel iets dat werk van duizenden jaren oud er op sommige plekken nog steeds ligt. Dat haalt niet elk modern bouwmateriaal.
5. De stukadoorszonnebank
De meeste stukadoors werken vooral binnen, en toch hebben ze vaak een opvallend kleurtje op hun gezicht en handen. Dat komt niet van de zon en ook niet van een zonnebank. Het komt van de bouwlampen die de muren en plafonds de hele dag fel verlichten, want zonder goed licht zie je niet of een vlak echt vlak is. Dat kleurtje heet in het vak de stukadoorszonnebank.
6. Een gezegde over de familie
Een goeie stukadoor is er een van Van der Toolen. Dat zeggen wij natuurlijk zelf, maar het wordt hier met overtuiging herhaald. En voor elke klus mag je gewoon bellen.
7. Nog een gezegde
Stukadoren, dat leer je niet. Daar word je mee geboren. Overdreven, dat weten we ook wel. Al is het waar dat sommige mensen het gevoel voor een vlakke muur nooit helemaal te pakken krijgen, hoe lang ze ook oefenen.
8. Droge humor over droogtijd
Klanten vragen vaak, met enig ongeduld: wanneer is het droog? Stukadoors hebben daar hun vaste antwoord op klaar: als het droog is. Flauw, maar niet onwaar. Het pleisterwerk heeft nu eenmaal zijn eigen tempo, en dat hangt af van de laagdikte, de temperatuur en de ventilatie in de ruimte. Daar kan geen stukadoor met de beste wil iets aan veranderen. Met bouwdrogers kun je het proces een handje helpen, maar haasten laat het zich niet. Geduld is een schone zaak.
9. Het woord komt uit Italië
Stukadoor is geen Nederlands woord, maar een Italiaans. Het komt van stuccatore, wat zoiets als pleisterwerker betekent. Via het Frans is het in het Nederlands beland, en daar is het blijven hangen tussen twee spellingen in. Officieel schrijf je stukadoor met een k, maar de c uit de Italiaanse oorsprong zie je nog altijd op bussen en visitekaartjes staan. Vraag drie stukadoors hoe je het schrijft en je krijgt een discussie in plaats van een antwoord.
10. Stukadoor of kunstenaar?
Stukadoors maken niet alleen muren glad. Bij sierpleisterwerk en decoratieve afwerkingen komt er echt iets van kunstenaarschap bij kijken. Onder collega's wordt weleens gezegd dat stukadoors geen gewone vakmensen zijn, maar Picasso's met pleister. Wie een keer een kooflijst met de hand heeft zien aanbrengen, snapt waar dat vandaan komt.
Zwaar werk met lichte momenten
Het beroep van stukadoor is fysiek pittig en vraagt veel concentratie. Je staat vroeg op, je werkt in het stof en je moet uren achter elkaar precies blijven. Maar er zit ook plezier in. Humor op de werkvloer, gekke anekdotes en het moment waarop een klant voor het eerst zijn nieuwe muur ziet en even stil is. Dat laatste blijft het mooiste van het vak. Stukadoors weten dus hoe ze een lach kunnen brengen, op de muur en bij hun klanten.
